De grote Schouwburg

2.00

1 op voorraad

Beschrijving

Titel en schrijver
De grote Schouwburg, Schildersbiografieën – Arnold Houbraken
ISBN nr.
90-214-0584-9
Uitgeverij, drukjaar en drukversie
Querido’s Uitgeverij B.V. – 1995 – 1ste druk
Paperback of hardcover
Paperback
Aantal pagina’s
175p
Taal en categorie
Nederlands – Biografie
Korte samenvatting
De grote Schouwburg:

Als een direct vervolg op Karel van Manders’ ‘Schilder-Boeck’, dat meer dan honderd jaar ouder is dan de oorspronkelijke uitgave van dit boek, schreef Houbraken dit boek. Het zijn biografieën van 17de en vroeg 18de eeuwse Nederlandse Schilders. Zijn aandacht ligt hierbij vooral op diens karaktereigenschappen en de kwaliteit van hun schilderijen. Omdat hij ervan uitgaat dat het gedrag van de schilder tot uitdrukking komt in diens schilderijen, krijg je vele opmerkelijke anekdotes  voorgeschoteld. Deze informatie heeft hij gehaald uit bestaande literatuur, van eigen herinneringen, van zegslieden, gedichten, begrafenisakten en grafstenen. Zijn schilders-biografieën zijn soms beschouwend en moralistisch, soms verhalend en humoristisch, maar altijd onderhoudend en zeer lezenswaardig.

Over de auteur
Arnold Houbraken (Dordrecht, 28-03-1660 – Amsterdam, 14-10-1719), was een Nederlandse kunstschilder en schrijver.

Houbraken was een leerling van Willem van Drielenburg, Jacobus Leveck en Samuel van Hoogstraten. Rond 1709 verhuisde hij naar Amsterdam op uitnodiging van Jonas Witsen. In 1713 maakte hij een reis naar Engeland om een historisch werk te illustreren.

In 1685 huwde hij Sara Sasbout en kreeg drie kinderen. Zijn zoon Jacobus was een bekend graveur van portretten en boekillustraties, onder andere voor de boeken van zijn vader. Zijn dochter Antonina was tekenaar en illustrator. Ook zijn dochter Christina schilderde en tekende.

Recensies
Door A. Noniem:

Arnold Houbraken maakte aan het begin van de achttiende eeuw furore met zijn omvangrijke verzameling schildersbiografieën. Houbraken, zelf schilder, heeft in zijn ‘Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders’ zijn zeventiende-eeuwse vakgenoten geportretteerd aan de hand van anecdotes uit hun leven. De neerlandicus Jan Konst en de kunsthistoricus Manfred Sellink hebben een selectie gemaakt uit Houbraken’s driedelige ‘Schouburgh’. Ze hebben de uitgekozen schetsen hier en daar stevig bekort en de tekst ook zodanig herschreven – ‘gemoderniseerd’, zeggen de ‘editeurs’ – dat we in feite te maken hebben met een bewerking van hùn selectie uit Houbraken. Van de illustraties die zij hebben toegevoegd, is een deel afkomstig uit het oorspronkelijke boek, een ander deel is blijkbaar een illustratieve toelichting van de ‘editeurs’. Een aardige introductie voor de geïnteresseerde leek. De wetenschappelijk geïnteresseerde lezer kan beter de facsimile-editie ter hand nemen van de volledige uitgave uit 1753 of wachten op het verschijnen van de geannoteerde tekstuitgave.

Beschadigingen
Geen