Decamerone

12.50

1 op voorraad

Beschrijving

Titel en schrijver
Decamerone, Giovanni Boccaccio
ISBN nr.
90-223-1166-x
Uitgeverij, drukjaar en drukversie
A.      Mantenau, 1981, 4e druk
Paperback of hardcover
hardcover
Aantal pagina’s
720
Taal en categorie
Nederlands, roman
Korte samenvatting
Decamerone is een van de absolute hoogtepunten van de klassieke vertelkunst.

De Decamerone (ondertitel: Prencipe Galeotto) is een verzameling van honderd verhalen die de Italiaanse dichter en geleerde Giovanni Boccaccio schreef, waarschijnlijk in de periode 1349–1360. Dit middeleeuwse werk wordt als zijn meesterwerk bekeken en geldt stilistisch als een van de mooiste werken uit de Italiaanse literatuur.

Honderd novellen

De Decamerone bestaat uit honderd novellen, verteld door drie mannen en zeven vrouwen tijdens een veertien dagen durend verblijf op een buitenplaats, op de vlucht voor de pest die in Florence woedt, die in de inleiding beeldend beschreven wordt. De titel zelf is een samenstelling van de twee Griekse woorden δέκα, deka (tien), en ἡμέρα, hemera (dag), en verwijst naar de tien dagen waarop verhalen werden verteld. (Vrijdag werd doorgebracht met gebed en ook de zaterdag werden er geen verhalen verteld omdat de dames die dag besteedden aan hun toilet). De naam die Boccaccio aan zijn werk werd gegeven, was waarschijnlijk geïnspireerd door Hexameron, een titel die vaak werd gebruikt, werd voor theologische werken die de schepping in zes dagen als onderwerp had.

Italiaanse prozaliteratuur

De Decamerone is beroemd om de pittige humor en spot met de geestelijkheid en de gezagdragers en om enkele licht erotische verhalen. Daarnaast is het een bijzonder zorgvuldig geconstrueerd boek met alle verhalen passend in een raamvertelling. Het is een werk dat is vastgesteld voor de Italiaanse prozaliteratuur van de 14e eeuw en op die manier aan de basis lag van het moderne Italiaans. De verhalen hebben allegorische aspecten, zoals de namen van de tien vertell(st)ers (de brigata), de rol van de tuin waar de verhalen verteld worden en de erotische verhalen.

De Pest

Het werk vertelt het verhaal van tien jongelui van de hogere sociale klasse die Florence ontvluchten tijdens de pestepidemie van 1348 en zich terugtrekken op een villa in de heuvels buiten Fiesole. Het gezelschap brengt de dag door volgens strikte regels en ze verdelen hun tijd over musiceren, dansen en spelletjes. De namiddag, na de siësta, wordt besteed aan het vertellen van verhalen, één verhaal door elk. Ook dit verloopt volgens een vastgelegd ritueel: elke dag wordt er na de vertelsessie een koningin of koning aangesteld door de vorige koningin of koning, die het thema van de volgende dag zal vastleggen. Iedereen moet dan een verhaal vertellen rond dit thema behalve Dioneo, de jongste van het gezelschap die, telkens als laatste, een verhaal naar eigen keuze mag vertellen. De eerste dag met Pampinea als koningin wordt er nog geen thema opgelegd en is de keuze voor iedereen vrij. Op de achtste dag besluit de nieuwe koningin Emilia dat ook de volgende dag iedereen de vrije keuze zal hebben.

Opbouw

Het werk bestaat naast de proloog en de epiloog uit tien dagen die telkens beginnen met een korte beschrijving van wat de jongelui doen voor de vertelsessie. Vervolgens komen de tien verhalen van de dag. De dag wordt afgesloten met de aanstelling van de nieuwe bewindvoerder voor de volgende dag en het vastleggen van het volgende thema. De dag wordt beëindigd met een lied waarvan de tekst is opgenomen.

De eerste dag wijkt af van dit schema omdat het verhaal eerst wordt gesitueerd.

Een groep van tien Florentijnse jongeren, bekend als de Brigata, bestaat uit zeven vrouwen en drie mannen, die elk een allegorische rol vervullen: Pampinea, Filomena, Neifile, Filostrato, Fiammetta, Elissa, Dioneo, Lauretta, Emilia en Panfilo. De vrouwen zouden volgens sommigen voor de vier kardinale deugden staan: (Prudentia: voorzichtigheid, verstandigheid en wijsheid; Justitia of rechtvaardigheid; Temperantia: gematigdheid, zelfbeheersing; Fortitudo: moed, sterkte) of een van de drie goddelijke deugden (Geloof, Hoop en Liefde). De mannen vertegenwoordigen mogelijk Plato’s driedeling van de ziel: Kennen, Streven en Begeren. De auteur schrijft in de inleiding dat hij de ware namen van de leden van de Brigata achterhoudt, omdat hij niet wil dat ze zich in de toekomst zouden schamen over de verhalen die zullen verteld worden in het boek. De identificatie van de vertelsters met de deugden gaat terug op de Comedia delle nimfe fiorentine van Boccaccio.  Hierin worden de zeven nimfen die eveneens verhalen vertellen, expliciet worden geïdentificeerd als de zeven deugden.

Over de auteur
Giovanni Boccaccio (Certaldo van Florence, 1313 – Certaldo, 21 december 1375) was een Florentijnse dichter, schrijver en humanist. Boccaccio balanceerde tussen twee werelden. In zijn vroege werken leunt hij nog volop aan bij de middeleeuwen, de ridderidealen en de hoofdse literatuur die populair waren bij de adel. In zijn latere periode, onder meer onder invloed van Petrarca, hoort zijn werk bij de Italiaanse renaissance. Hij is vooral bekend door zijn Decamerone. Dit is een raamvertelling met honderd verhalen, een werk dat bepaald was voor de Italiaanse prozaliteratuur. Het wordt tot de dag van vandaag tot de belangrijkste werken uit de wereldliteratuur wordt gerekend.

Biografie

Giovanni Boccàccio werd waarschijnlijk geboren in Certaldo bij Florence of in Florence zelf in 1313, zijn moeder is onbekend. Zijn vader huwde Margherita de Margoli, met wie hij in 1320 een andere zoon kreeg. Hij huwde een tweede keer met Bice de’ Bostichi. Giovanni werd door zijn vader erkend en in huis opgenomen en dus waarschijnlijk opgegroeid door zijn stiefmoeder. Op de vroege leeftijd werd hij al voorbereid op een loopbaan door de beginselen van de Latijnse grammatica, rekenen en wellicht boekhouden. Zijn literaire interesse, die zich al vroeg manifesteerde, werd door zijn vader niet gewaardeerd.

Napels ca. 1327-1340

Voor 1328 werd hij door zijn vader in de leer geplaatst bij het bankiershuis van de Bardi’s in Napels, zakenrelaties van zijn vader. Het zaken doen lag hem niet. Daarop ging hij in opdracht van zijn vader gedurende zes jaar canoniek recht studeren. Doordat hij meer tijd aan schrijven dan aan studeren besteedde, heeft hij die studie niet voltooid. Zijn vader had nauwe banden met het hof van het huis Anjou-Sicilië in Napels. Hierdoor werd in 1328 kamerheer van koning Robert van Napels. Via de relaties van zijn vader kwam ook Giovanni in contact met het hof en aan het Napolitaanse Studium. Door deze baan kwam hij in contact met de intellectuele kringen van Napels en het rijke en bloeiende leven van de hogere klasse en aan het hof. Het was mede dankzij zijn studies dat hij contacten legde met juristen en schrijvers zoals Giovanni Barrili en Barbato da Sulmona. Via zijn gesprekken met de Augustijner monnik Dionigi di Borgo San Sepolcro, kwam hij in contact met de vrienden en correspondenten van Petrarca. Petrarca die levenslang zijn grote voorbeeld zou blijven. Om zijn kennis van de klassieke en van de Franse literatuur te vergroten, maakt hij ook dankbaar gebruik van de uitgebreide hofbibliotheek onder leiding van Paolo de Perugia. Zijn eerste werken, de Caccia di Diana (1334-1336), de Filocolo (1336-1338) en de Filostrato schreef hij in deze periode. Ook duikt in deze periode  het personage Fiammetta op in zijn werk.

Firenze vanaf 1340

In 1338 ging Boccaccio di Chelino terug naar Florence. In 1340 wordt ook Giovanni door zijn vader naar Florence teruggeroepen. Waarschijnlijk gaat het in de tijd van de familie niet voor de wind. Giovanni integreert vrij snel in de culturele kringen van de stad. Hij raakt bevriend met schrijvers zoals Antonio Pucci en Giovanni Villani. Over zijn activiteiten in de jaren tussen 1340 en 1346 is weinig bekend. In 1346 verlaat hij aan het hof van Ostasio I da Polenta en in 1347-1348 is hij in Forlì aan het hof van Francesco II Ordelaffi. Hier leert hij de dichters Nereo Morandi en Francesco Miletto de Rossi kennen met wie hij daarna bleef corresponderen. In 1348 vestigde hij zich definitief in Florence, waar hij tussen 1349 en 1353 de Decamerone zou schrijven.

Pest

Tijdens de pestepidemie in 1348 stierven Boccaccio’s vader en stiefmoeder aan de verschrikkelijke plaag. Hij verloor ook vrienden aan de pest. Stilaan kreeg hij opdrachten van de stad als ambassadeur. Zo bezocht hij in 1350 een aantal hoven in Romagna, in Bologna en in Tirol. Datzelfde jaar werd hij technisch tot cameralengho (kamerheer) van de stad en als ambassadeur. In 1354 werd hij op ambassade gestuurd naar paus Innocentius VI aan het pauzelijk hof in Avignon. In 1355 maakte hij deel uit van het ufficio della condotta van zijn stad. In 1360 waren een aantal van zijn vrienden betrokken bij een samenzwering die jammerlijk mislukte. Domenico Bandini en Niccolò Bartolo del Buono werden ter dood veroordeeld.  Pino de’ Rossi, Luca Ugolini en Andrea dell’Ischia werden verbannen. Hierdoor werd Boccaccio uit alle ambten ontzet. Pas in 1365 werd hij opnieuw naar Avignon gestuurd en in 1367 naar Rome als ambassadeur bij paus Urbanus V.

Keerpunt

Een van de keerpunten in zijn leven was zeker zijn ontmoeting met Petrarca die in 1350 te gast was bij Boccaccio in Florence. In 1351 reisde hij in opdracht van de stad naar Padua met een verzoek aan Petrarca om een ​​professoraat in Florence op te nemen. Deze ontmoetingen volgden tot een hechte vriendschap tussen Boccaccio en Petrarca. Dit wordt weerspiegeld  in hun onafgebroken kortewisseling tot aan de dood van Petrarca in 1374. Petrarca had een grote invloed op Boccaccio. Dit leidde tot zijn werk in de renaissance en de humanist die we in zijn later werken kunnen ontdekken.

Certaldo vanaf 1363

In 1363 keert Boccacvio terug naar het ouderlijk huis in Certaldo om daar zijn laatste jaren door te brengen. In oktober 1373 wordt hem nog een taak aangeboden door de stad. Hij moet dagelijks lezingen geven van de Divina Commedia van Dante in de kerk van San Stefano in Badia. Hij schrijft hiervoor een commentaar op de Inferno tot bij Canto XVII. Verzwakt door ziekte en bekritiseerd omdat hij de goddelijke poëzie van Dante verspilde aan het gewone volk. Boccacvio stopte de overeenkomsten na enkele maanden in het begin van 1374. Hij stierf in Certaldo op 21 december 1375 en werd begraven in de kerk van SS. Jacopo en Filippo.

Recensies
Kirkus reviews: The Decameron

Amuch-translated tale of plagues, priestly malfeasance, courtly love and the Seven Deadly Sins finds a satisfying new version in English.

The Decameron, as its Greek-derived name suggests, is a cycle of stories told over a period of 10 days by Florentines fleeing their city for the countryside in order to escape the devastating Black Death of 1348. Perched at the very point of transition between the Middle Ages and the Renaissance, the author of those stories, Giovanni Boccaccio, was a narrative innovator: As translator Rebhorn notes in his long, circumstantial introduction, medieval readers were fond of grab bags of stories, but “there is no precedent in Italian literature for Boccaccio’s use of a frame narrative to unify his collection.” Boccaccio borrowed liberally from previously published anthologies, but as Rebhorn also shows, he added plenty of new twists and arranged his material to form a thematic arc: Day 1, for instance, centers on characters who got out of trouble thanks to their native wit, while Day 4 centers on the character flaws that keep people from getting what they want. What so many of his characters want, it happens, are things frowned upon in polite society, as his ribald tale of the poor cuckolded owner of a conveniently large barrel so richly shows. Rebhorn’s translation of Boccaccio’s sprawling narrative, accompanied by informative endnotes, is sometimes marked by odd shifts in levels of diction, often within the same sentence (“That’s when I felt the guy was going too far…and it seemed to me that I should tell you about it so that you could see how he rewards you for that unwavering fidelity of yours”); it is otherwise clear and idiomatic, however, and Rebhorn capably represents Boccaccio’s humor and sharp intelligence.

A masterpiece that well merits this fresh, engaging translation, which marks its author’s 700th birthday.

Beschadigingen
Losse omslag versterkt met plakband

Extra informatie

Gewicht 1.2 kg
Afmetingen 23 × 14 × 4.3 cm